BIJLAGE 3: BIJZONDERE BEPALINGEN DOELGROEPEN

Bijzondere bepalingen werkenden in de sector  
Binnen de sector werken mensen die niet onder de werkingssfeer van de cao vallen. Zij zijn geen werknemer in de zin van deze cao. Cao-partijen hebben over een aantal groepen nadere afspraken gemaakt.  

3A Uitzendkrachten 

Werkgever stelt slechts uitzendkrachten in zijn onderneming te werk indien het bedrijfsbelang dit vordert. De werkgever pleegt hierover periodiek overleg met de ondernemingsraad. 

 
Arbeidsvoorwaarden
Bij de inzet van uitzendkrachten maakt de werkgever enkel gebruik van uitzendbureaus die lid zijn van de ABU of NBBU. Daarmee willen cao-partijen borgen dat de beloning van de uitzendkracht conform de cao ABU of NBBU wordt toegepast. De uitzendkracht dient via zijn werkgever inzicht te hebben in de afgesproken en geldende arbeidsvoorwaarden.  
 
Het uitzendbureau verstrekt aan de uitzendkracht schriftelijk inzicht in de afgesproken en geldende arbeidsvoorwaarden, middels een zogenaamde inlenersverklaring. Inleners ontvangen van het uitzendbureau deze inlenersverklaring en geven daarmee invulling aan hun vergewisplicht. Uitzendkracht en uitzendbureau hebben dan beide dezelfde informatie welke cao en regelingen van toepassing zijn. 

Arbeidsomstandigheden
Werkgevers en werknemers zetten zich in voor een veilige werkplek. Daarvoor gelden de bepalingen van de Arbowet, Arbobesluit en specifiek de Arbocatalogus Afvalbranche.  

Bij de inzet van flexibele krachten binnen de bedrijven geldt dat een zelfde veiligheids- en beschermingsniveau wordt geboden. Werkgevers besteden aandacht aan deze specifieke groep 

3B ZZP 
 

ZZP’ers worden tegen een maatschappelijk verantwoord tarief ingezet. Dit tarief biedt de zelfstandige, boven de reguliere beloning in de sector, de mogelijkheid zich te kunnen verzekeren tegen de risico’s als zelfstandige zoals arbeidsongeschiktheid, pensioen en aansprakelijkheid. 
Wanneer de opdrachtgever hier niet aan voldoet is de keuze in dienst nemen of het tarief verhogen. Hiermee willen we als sector schijnzelfstandigheid voorkomen. 

3C Loonschaal garantiebanen

Banenafspraak Sociaal Akkoord
In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 is afgesproken om 125.000 banen te creëren, de zogenaamde banenafspraak. Van deze extra banen worden 100.000 ingevuld door de marktsector en 25.000 door de overheid.  

Deze banen worden stapsgewijs geleverd met als einddoel om de extra banen voor 2026 gerealiseerd te hebben. Deze banen zijn voor mensen met een arbeidsbeperking die niet in staat zijn zelfstandig het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. 

Doelgroep Banenafspraak
De doelgroep voor de banenafspraak bestaat uit:  

  1. Wajongers met een arbeidsvermogen  
  2. Mensen met een Wsw-indicatie zonder werk  
  3. Mensen die onder de participatiewet vallen en waarvan UWV heeft beoordeeld dat zij niet in staat zijn het WML te verdienen  
  4. Mensen met een WIW- of Id-baan. 

Alle personen die onder de banenafspraak vallen, zijn geregistreerd in het doelgroepenregister van UWV. 
 

Doelgroep loonschaal garantiebanen cao GEO
Deze regeling is bedoeld voor mensen die onder de werkingssfeer van de Participatiewet vallen. De loonschaal bevat een aantal treden waardoor een realistisch inkomensvooruitzicht kan worden opgebouwd.

Loonschaal garantiebanen
Deze regeling is bedoeld voor mensen die: 

  1. onder de Participatiewet vallen en  
  2. onder de Participatiewet vallen onder de doelgroep voor loonkostensubsidie 
  3. waarvan UWV heeft beoordeeld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn het Wettelijk Minimumloon te verdienen en 
  4. wel de mogelijkheid tot arbeidsparticipatie hebben 

 

Loonschaal:
De loonschaal bestaat uit minimaal 100% en maximaal 120% van het Wettelijk Minimumloon.  De salaristabel is gekoppeld aan de Wet Minimumloon (WML). De bedragen voor de WML worden per 1 januari en 1 juli van het jaar aangepast. Bij de laatste wijziging per 1 januari 2023 is  het minimumloon met 10,15% verhoogd.
De bepalingen van de cao GEO zijn niet van toepassing.
 

Index WML                                          1-1-2023                            10,15%
LeeftijdMinMax
18 €       967,20 €       1.160,64
19 €     1.160,65 €       1.292,78
20 €     1.547,50 €       1.857,00
21 €     1.934,40 €       2.321,28

 

Loonkostensubsidie en loonwaardebepaling
Je werkgever ontvangt van de gemeente een compensatie voor het niet-productieve deel: de loonkostensubsidie. Deze is gekoppeld aan de loonwaarde van de betreffende werknemer in die specifieke functie. De loonkostensubsidie is het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer (de arbeidsprestatie) voor deze functie en het Wettelijk minimumloon (WML). De loonwaardebepaling vindt plaats op de werkplek en wordt uitgevoerd door een erkende instantie en methodiek, geselecteerd door het desbetreffende regionaal werkbedrijf. De competenties van de werknemer worden gemeten en vergeleken met de competenties die nodig zijn voor de functie. Het verschil in productie wordt vastgesteld om de functie op een reëel bestaande werkplek goed uit te kunnen oefenen. Voor dat verschil kan de werkgever gecompenseerd worden. Een werkgever komt in aanmerking voor de loonkostensubsidie zo lang de werknemer in dienst is en de loonwaarde minder is dan het WML. De loonwaarde wordt elk jaar (in geval van beschut werk: elke drie jaar) opnieuw vastgesteld. 

 

Doorgroei loonschaal garantiebanen
Als de loonwaarde meer is dan het WML geldt onderstaande salaristabel. 
In een beoordeling geeft je werkgever aan of je in aanmerking komt voor een verhoging van je salaris. 
Als je werkgever jouw functioneren in het afgelopen jaar als voldoende beoordeelt en je minimaal 6 maanden in dienst bent, wordt op 1 januari je salaris met een stap in de salarisschaal verhoogd, totdat je het maximum van je salarisschaal hebt bereikt.
Als jouw werkgever jouw functioneren als onvoldoende of niet goed beoordeelt legt hij dit aan je uit. Je salaris wordt dan niet met een stap verhoogd of voor slechts een gedeelte verhoogd. 

Verhoging 1,41%

Salaristabel garantiebanen 1-1-2022

    
Leeftijd18192021
periodiek    
                               (minimum SZW) 0 €   862,50€   1035,00 € 1.380,00 € 1.725,00
1 €   905,63 € 1.086,75 € 1.449,00 € 1.811,25
2 €   948,75 € 1.138,50 € 1.518,00 € 1.897,50
3 €   991,88 € 1.190,25 € 1.587,00 € 1.983,75
4 € 1.035,00 € 1.242,00 € 1.656,00 € 2.070,00

 

Instroom in reguliere functie en salaristabel
In een beoordeling geeft je werkgever aan of instroom in een reguliere functie mogelijk is. 

Vakantie-uitkering
Je bouwt over elke maand waarin je aanspraak hebt op loon vakantie-uitkering op. Je bouwt iedere maand 8% vakantie-uitkering op over het geldende maandsalaris. Voor de berekening van het maandsalaris is de vakantie-uitkering uitgezonderd.

Is je loonwaarde meer dan het WML dan is de vakantie-uitkering minimaal 8% van het maximum van je schaalsalaris. 
De vakantie-uitkering wordt verrekend met de in de loonkostensubsidie verkregen vakantie-uitkering. 

Delen